Een blijde boodschap voor bevreesde Godzoekers
“En als zij zeer bevreesd werden, en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan” Lukas 24:5-6a

Is er wel blijder boodschap dan die van de opstandingsgetuigen? “Jezus leeft! De Heere is waarlijk opgestaan!”, zo hebben ze het elkaar toegeroepen. De jubel van het hart dat dit mocht leren, is in alle eeuwen overal verwoord. Toch zijn er nog zovelen die menen met een dode Jezus te doen te hebben. Ze hechten aan de blijde Paasboodschap geen waarde en zeker geen geloof. En dat is geen vreemde zaak. De natuur leert het niet. De Opgestane Levensvorst verschijnt slechts door openbaring. En dat niet bij iedereen. Hij verscheen niet op het tempelplein temidden van hen die Hem niet nodig hadden; niet bij het sanhedrin dat Hem haatte; of bij Pilatus die zich slechts afvroeg wat hij toch met Jezus moest doen. En zo verschijnt Hij nog niet bij hen die menen Hem wel te kunnen missen, die Hem zelfs haten, of niet weten wat ze toch met Hem moeten beginnen. Hij wil verschijnen waar Hij benodigd wordt; waar Hij niet gemist kan worden. Kohlbrugge sprak daarvan:

“In diepten van ellenden wil Hij Zich tot ons wenden;
Waar Hij niet kan genezen, daar wil Hij ook niet wezen.”

De vrouwen, die de Heere Jezus uit Galilea gevolgd waren, zijn getuige geweest van Zijn bitter lijden op Golgotha. Ze zijn Hem gevolgd zelfs tot het graf… maar dan moeten ze terug. Ze moeten Zijn geliefde lichaam daar achterlaten. Zou de ontbinding zich van hun Geliefde meester maken? Zou de dood voortaan alles beheersen? Nee, ze nemen hun liefde mee in hun hart. En als de sabbat voorbij is, weten ze niet hoe snel ze weer bij Hem moeten komen, om Hem te dienen met hun zalven, met hun liefde, die Hem toch niet kan behouden…
Zo zijn er nog zielen die Hem niet kunnen missen. Ze hebben woorden uit Zijn mond gehoord, woorden zoeter dan honing. Ze hebben Zijn tekenen gezien, ja, ervaren! Wondere ogenblikken liggen achter hen, maar nu zijn ze hun Meester kwijt. Ze willen Hem behouden om Hem te dienen. Maar het is of de dood Hem verslonden heeft. De liefde brandt in hun hart als een niet te doven begeerte. Ze zoeken Hem, maar kunnen Hem niet vinden. Niets ter wereld kan dit gemis vervullen. Zal de dood voortaan alles beheersen?
De vrouwen gaan naar het graf. Daar hebben ze Hem het laatst gezien, in een graf dat vanwege de zonde gegraven is. Ze zoeken daar een dode Jezus om Hem te dienen… Maar ach, hoe konden ze het vergeten: daar is de steen! Die gaat hun zwakke krachten ver te boven in gewicht. Ze kunnen Hem niet meer dienen met hun zalven. Moedeloosheid, ja, wanhoop maakt zich van hen meester.
Zo zijn er nog die hun Heere kwijtraken in de dood. Ze zoeken Hem, om Hem te dienen met hun gaven. Maar het is alsof Hij Zich aan hen onttrekt en hen verlaat. Ze merken niets meer van Zijn spreken tot hun ziel, niets van Zijn liefde. Hun werken, waarmee ze Hem dienen willen, breken hen af bij de handen. Tenslotte zien ze niets meer dan de dood, dan het graf, dat door hun zonden gegraven is. Een steen ligt op hun hart en de wanhoop dreigt hen te verslinden.
Maar bij het graf gekomen, is de steen verwijderd. Ze mogen in het graf zien, maar het is leeg. Vertwijfeld zoeken ze Hem, Die hun ziel liefheeft; maar ze vinden Hem niet, want ze zoeken verkeerd. De Godsgezanten zijn een teken van het wonder dat plaatsvond. Maar omdat ze Hem niet zien, is er slechts vrees. Ze zien niet naar hen op, maar naar beneden, en ze begrijpen maar niet wat hier plaatsvond. Het graf is leeg, de dood is overwonnen, ze moeten hier niet blijven staan.
Zo handelt God nog met die ellendigen, die Hem zoeken, maar niet vinden kunnen. De wanhoop mag hen niet verslinden. De vertwijfeling mag hen gaande maken om temeer te zoeken. Ze mogen blikken in een leeg graf. Er is geen dode Jezus Die gediend moet worden. Ze vinden Hem niet in hun werken. Hun dienen mag wel uitlopen in de dood.
Christus kwam niet om gediend te worden, maar om te dienen! En al wordt de taal van Gods knechten dan niet begrepen, ze mogen bij de dood niet blijven staan!
“Wat zoekt gij den Levende bij de doden?” zo klinkt de milde vermaning van de engelen tot de vrouwen. “Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan!”, zo vervolgen ze hun blijde boodschap.
Ze spreken van de Levende! Ze hebben niet met een dode Jezus te doen, maar met Hem Die de dood verslonden heeft tot eeuwige overwinning. Want Hij heeft de oorzaak van de dood, de zonde, overwonnen. Daarom kan de dood over Hem niet meer heersen. Ze moeten een levende Jezus zoeken, ja, ze zullen ervaren, dat Hij hén zoekt. Ze zullen Hem straks ontmoeten, Die zij niet dienen konden, maar Die hen wel dienen kan!
Zo mogen zij die God niet missen kunnen, leren dat zij steeds verkeerd zoeken. Ze zullen Hem niet vinden in hun dode werken, daarin is slechts schuld. Ze zullen Hem niet vinden in hun zondengraf. Hij is daarin geweest, maar Hij is opgestaan. En al zal de taal van Gods knechten die Godzoekers soms in vertwijfeling en vrees brengen, het moet allemaal dienen om hen af te wenden van de overwonnen dood, opdat ze een levende Jezus leren kennen, Die hen wil dienen met Zijn liefde. Daartoe is Hij die zware weg gegaan door Gethsemané, over Golgotha, naar het graf. Hij wilde als Borg de dood overwinnen, om hen ‘die met vreze des doods door al hun leven der dienstbaarheid onderworpen waren’, te verlossen.
Kent u de gestalte van de zoekende vrouwen? Of zoekt u zelfs geen dode Jezus? Denkt u te kunnen leven zonder God? En hoe denkt u dan straks te sterven? U leeft als Pilatus en weet niet wat u met Jezus moet doen? Hoe vreselijk zal het dan zijn te vallen in de handen van de levende God!
En u, die de Heere zoekt, waarom zoekt u Hem? Begeert u Hem te dienen? Of wilt u uzelf ermee dienen? Wie groot wil worden met zijn godsdienst, die is niet meer dan de Farizeeër die het liefst Jezus in het graf liet blijven! Hij zal Zich aan u zo niet openbaren!
Maar als u de Heere zoekt uit ware liefde, omdat u Hem niet missen kunt, welke gedachten hebt u toch van Hem? Denkt u dat u voor Hem veel kunt betekenen? Zoekt u toch nog een dode Jezus te dienen? Het is goed dat u Hem zo niet vindt! Want u zoekt de Levende bij de doden. Uw werken moeten het graf in, dood en begraven! Ze brengen u niets dan schuld. Ze baren u niets dan vrees en verschrikking. De vrouwen konden het met de woorden van de engelen niet stellen. Maar hun boodschap was waar en is waar: Hij is opgestaan van de doden.
Arme zondaar: Jezus leeft en u zult Hem spoedig zien!

ds. C.J. Meeuse


Agenda

zondag 18 april 2021 10:00
Leesdienst
zondag 18 april 2021 16:00
Leesdienst
zondag 25 april 2021 10:00
Leesdienst
zondag 25 april 2021 16:00
stud. P. J. de Raaf - Video-uitzending