24 | 09 | 2017
Meditatie Print E-mail

Vakantie en de dienst van God (Psalm 122:1)

De zomertijd is weer aangebroken. Velen van ons gaan op reis. We hebben daarbij Gods bewarende hand nodig. Hoeveel gevaren zijn er vandaag? Maar een belangrijke vraag is: Zullen we de dienst van de Heere niet vergeten, ook als we op vakantie zijn? De zondag heiligen en de dienst van de Heere heiligen?

Psalm 122 is een reislied. Een lied dat gezongen werd op reis. Een lied Hamaäloth, dat betekent ‘lied van de opgang’. Er zijn 15 liede­ren Hamaäloth in het boek der Psal­men, namelijk de psalmen 120 tot en met 134. Bedoeld is het opgaan naar de tempel. Die tempel lag op de berg Sion. Letterlijk was het dus een ‘de berg op gaan’.

Al deze reisliederen vertolken de bevinding van Gods kinderen. Daar zijn liederen van schuld en boete (Psalm 130). Maar ook van blijd­schap en verheuging. Die liederen moeten wij kennen op onze reis naar de eeuwigheid.

Deze liederen Hamaäloth werden gezongen tijdens het opgaan naar de tempel, wanneer daar de feesten werden gehouden in Israël. Dan kwamen de pelgrims uit alle delen van Palestina vanuit het noorden en zuiden. Van Dan tot Berseba toe.

Deze lange reis naar Jeruzalem was niet onge­vaar­lijk. De wegen waren slecht. Heuvel­achtig gebied moest worden doorgetrokken. ‘s Nachts kwam het roofgedierte en was er het gevaar van overvallen te worden.

Daarom was de blijdschap groot wanneer dan de Sionsberg mocht worden bereikt! Want als zij dan bij de poorten van Jeruzalem gekomen waren, wanneer zij de tempel genaderd waren, dan riepen zij het luid: “Wij zullen in het huis des HEEREN gaan!” Met blijdschap gingen zij door de poorten van Jeruza­lem. Wanneer hun voeten de straten van de heilige stad betra­den, werd hun hart vervuld met de liefde tot Jeruzalem, de stad van de grote Koning. Hoe schoon gelegen, hoe heerlijk aan de noorderzij! (Psalm 48).

Psalm 122 is een Psalm van David. David heeft vele Psalmen gedicht, waarin hij de liefde tot de dienst des HEEREN uitspreekt. In Psalm 27: “Eén ding heb ik van de HEERE begeerd... ” En ook getuigt hij in de Psalmen van de liefde tot Gods kinderen, bijvoorbeeld in Psalm 16. Psalm 122 is ook een psalm waarin de liefde tot de dienst van de Heere en tot Zijn Woord centraal staat. De dienst des HEEREN is een liefde­dienst. Het is geen zware dienst waarin je je hoofd moet laten hangen, maar het is een liefdedienst. “Verblijdt u in de Heere te allen tijd”. We moeten ons niet verblijden in de zonde en goddeloosheid. Maar het is een blijdschap in de dienst van God. Anderen wekken David op en zeggen: “Kom ga met ons”. Er staat in vers 1: “Ik verblijd mij in degenen, die tot mij zeggen: Wij zullen in het huis des HEEREN gaan”. Een spontane uitroep. David wordt dus uitge­nodigd. En hij zegt: “Ik ver­blijd mij daarin, ik ver­heug mij daar­in”. Die uitnodiging verwekt blijdschap. Is dat ook de vertolking van uw hart, van jouw hart? Zie je er naar uit om naar Gods huis te gaan?

Wat die pelgrims elkaar toeriepen, mag ook wel in ons hart leven. David ving het op, hij heeft het met zijn gehele hart verstaan. “Ik verblijd mij in degenen die tot mij zeggen... ” Blijdschap in mensen? Wonderlijk eigenlijk. Ja, een blijdschap in de woorden van mensen. Maar het zijn mensen die de Heere vrezen. De samenbin­ding van de gemeen­schap der heili­gen. Dan zeggen we niet: “De woorden van anderen laten mij koud... ik luister niet naar wat anderen zeggen”. Of: “Ik kan niet blij zijn, ik heb verdriet”. Natuurlijk kunnen we verdriet hebben, geliefden. Maar dan mag juist in Gods huis ervaren worden, dat de Heere wel eens van zorg wil ontslaan. Dan mogen we Hem roemen, die ons blijdschap geeft. Zullen wij de dienst van God op onze vakantiereis niet vergeten?

 

Ds. J.B. Zippro

 
BESTEL ONLINE!
  Prachtige uitgave over de geschiedenis van de Gereformeerde Gemeente in Groningen door M. Golverdingen v.d.m. (256 pag, geb.)
Zoeken
Actueel
Wie is online
We hebben 94 gasten online
Aanmelden