29 | 05 | 2017
Meditatie Print E-mail

Een zeer troostrijke belofte (Mattheüs 28:20)

Van alle beloften is dit een van de meest troostrijke. We lezen in de voorrede op de Dordtse Leerregels: “Onder de zeer vele vertroostingen, dewelke onze Heere en Zaligmaker Jezus Chris­tus aan Zijn strijdende kerk in deze ellendige pelgrimage gegeven heeft, wordt deze met recht de voornaamste geacht...”: “Ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot aan de voleinding der wereld!”

Het is een belofte bij een naderend afscheid. Christus zal niet lang meer bij hen zijn. Straks zal Hij hen achterlaten. Zij zullen als wezen zijn. Maar Hij laat hen niet ongetroost achter. Het is een belofte vol van troost. Het is geen ‘misschien’. Maar het is een belofte vol van zekerheid !

Ik ben met u. Ik, de Opgestane Levensvorst. In volle opstandingsglorie is Hij aan de discipelen verschenen. Is dat geen wonder? Zij, die Hem verlaten hadden in de hof? De discipelen hadden het zich waardig gemaakt dat de Heere tégen hen was. Hoe kan Christus dit dan zeggen? Dat kan alleen vanwege Zijn volbrach­te werk. Hij heeft in de plaats gestaan van vijanden en van goddelozen. Eerst: Ik vóór u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven. En daarom: Ik mét u. Omdat Hij op Golgotha had uitgeroepen: “Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten?” Hij verlaten, opdat Zijn kerk nimmermeer verlaten zou worden.

Daarom heeft Hij hen na Zijn opstanding opgezocht. En als de Koning gaat Hij hen nu uitzenden om de grote opdracht te vervullen om heen te gaan in de gehele wereld en het Evangelie te boodschappen. Het is een zware opdracht. Een opdracht die we niet kunnen vervullen in eigen kracht. Maar de Heere geeft daarbij een bijzondere belofte. Voor de predikers van het Evangelie. Maar ook een belofte voor de ganse kerk.

Al de dagen. Het woordje ‘al’ vinden we vier keer in de laatste drie verzen van Mattheüs 28. Alle macht. Al de volken. Alles wat Ik u geboden heb. En nu: al de dagen. Al de dagen, niet al de jaren of al de weken. Maar iedere dag van het jaar. Hij slaat geen dag over. Iedere dag van de week is Hij er. Daarom is er ook vandaag nog een kerk. Daarom is de kerk nog niet verdwenen. De kerk wordt niet door mensen in stand gehouden. Ook niet door bekeerde mensen! Al de dagen; vreugdevolle dagen, droevige dagen, moeilijke dagen, dagen van strijd en zorg. Welke dagen er ook nog mogen komen, dag aan dag wil Hij Zijn nabijheid doen ervaren.

Hoe kan Hij zeggen, dat Hij met Zijn kerk blijft? Hij gaat toch weg van hen? Ja, Hij gaat lichamelijk van hen weg, maar geestelijk blijft Hij bij hen. Onze Catechismus vraagt in Zondag 18 vraag 47: “Is dan Christus niet bij ons tot aan het einde der wereld, gelijk Hij ons beloofd heeft?” Dan is het antwoord: “Naar Zijn menselijke natuur is Hij niet meer op de aarde, maar naar zijn Godheid, majesteit, genade en Geest wijkt Hij nimmermeer van ons”. Dat is de rijke troost.

Tot aan de voleinding der wereld, dat betekent dat het een eeuwige belofte is. De discipelen zijn immers niet gebleven tot aan de voleinding der wereld. Dus ook nu nog (zie ook het formulier ter beves­tiging van predikanten). Door de eeuwen heen heeft Hij Zijn kerk bijstand verleend. Temidden van veel kerkstrijd en zorg heeft hij mannen verwekt, zoals Athanasius tegenover Arius en Augustinus tegenover Pelagius.

Wat deze Koning zegt, wordt bewaarheid. Lees maar in de Voorrede van de Dordtse Leerregels: “De waarheid van deze belofte is blijkelijk in de Kerk van alle tijden”. Mensen, ambtsdragers en dominees vallen weg. Zij komen en zij gaan weer. Zij worden soms weggeroepen om elders het Woord te prediken. Maar Christus, de grote Ambtsdrager blijft.

Naar Zijn menselijke natuur blijft Hij weg tot de dag van Zijn wederkomst. Want dan verschijnt Hij weer opnieuw. Dat is de tijd door Hem Zelf bepaald. Wanneer zal dat in vervulling gaan? Daarover heeft Christus gesproken vanaf de Olijfberg (Mattheüs 24).

Over de tekenen van Zijn naderende komst. Hij komt! Hij komt om de aarde te richten en de wereld in gerechtigheid. Hoeveel dagen zijn er al voorbij? Hij zal de graven openen. Het ganse mense­lijke geslacht zal voor Hem staan. Is Christus onze Rechter of onze Redder? Als Hij onze Rechter is, dan zullen wij eeuwig van Hem gescheiden worden. Dan is Hij eeuwig tegen ons! Maar voor de Zijnen wacht de zaligheid. Dan zal Hij ook naar Zijn menselijke natuur eeuwig bij hen zijn.

1 Thessalonicenzen 4:17 en 18: “Alzo zullen wij altijd met de Heere wezen. Zo dan vertroost elkander, ook in dagen van verdriet, ook in dagen van afscheid, met deze woorden. Amen”.

 

Ds. J.B. Zippro

 
BESTEL ONLINE!
  Prachtige uitgave over de geschiedenis van de Gereformeerde Gemeente in Groningen door M. Golverdingen v.d.m. (256 pag, geb.)
Zoeken
Actueel
Wie is online
We hebben 13 gasten online
Aanmelden